Terug naar Tv-karakters

Snoopy

Snoopy is een fictieve hond (beagle) uit de Amerikaanse stripreeks Peanuts van Charles M. Schulz.

Snoopy verscheen als stripfiguur voor het eerst op 4 oktober 1950. In Charles Schulz’ vorige stripserie, Li’l Folks, kwam echter ook al een keer een hond voor die sterk op Snoopy leek. Hij werd voor het eerst bij naam genoemd in de strip van november 1950.

Oorspronkelijk wilde Charles Snoopy nog “Sniffy” noemen, maar hij ontdekte al snel dat die naam al gebruikt werd in een andere strip. In de strips praat Snoopy niet, wat op zich logisch is, daar hij een hond is. Gedurende de eerste twee jaar dat hij meedeed in de strip, had Snoopy geen tekst. Daarna begon hij zichzelf duidelijk te maken via denkballonnetjes. De andere karakters in de strip kunnen zijn gedachten blijkbaar lezen, daar ze altijd reageren op wat Snoopy denkt.

Snoopy is de hond van Charlie Brown, hoewel dit aanvankelijk niet duidelijk was. In de eerste paar strips waarin hij meedeed, beschuldigde Charlie Snoopy ervan hem overal te volgen, en werd Snoopy vaak samen gezien met Shermy en Patty. In de loop der jaren ontwikkelde Snoopy zich langzaam van een “normale” hond tot een meer antropomorfe hond. De eerste stap in deze verandering was toen Snoopy besloot voortaan op het dak van zijn hondenhok te gaan liggen; iets wat tegenwoordig een groot kenmerk van het personage is. Dit gebeurde in de strip van 9 augustus 1951. Tevens ging hij op zijn achterpoten lopen.

Snoopy heeft een sterke fantasie en trekt zich geregeld terug in zijn eigen droomwereld. Het contrast tussen Snoopy’s bestaan in een droomwereld en dat van Charlie Brown in de echte wereld is de basis voor de humor en filosofie van Peanuts. Een bekende dagdroom van Snoopy is dat hij zich inbeeldt de Vliegende Aas te zijn ten tijde van de Eerste Wereldoorlog.

Hiervoor zet hij altijd een pilotenbril op, doet hij een sjaal om en gaat hij op het dak van zijn huis zitten alsof hij vliegt. Snoopy houdt van pizza en haat kokosnoten. Hij heeft een alter ego genaamd “Joe Cool”, waarbij hij een zonnebril opzet. Hij is doodsbang voor ijspegels die boven zijn hondenhok hangen.